Beleggingsrestricties
In financiële markten zijn rendement en risico onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hiertoe heeft het Add Value Fund diverse kwalitatieve en kwantitatieve restricties ingebouwd om de risico’s van de beleggingsportefeuille te beheersen. Deze luiden als volgt:
Naast de kwantitatieve beperkingen wordt de performance van de aandelen continu geëvalueerd om te bepalen of de operationele en financiële ontwikkelingen nog steeds de verwachte wijzigingen in de koersniveau’s rechtvaardigen.
- De portefeuille omvat ten minste 10 en ten hoogste 25 ondernemingen;
- Een individuele belegging kan ten hoogste 20% van de portefeuille-omvang uitmaken;
- Elke individuele belegging is gemaximeerd tot een belang van 10% van het aandelenkapitaal van de betreffende onderneming;
- Onder normale omstandigheden dient minimaal 70% van de in portefeuille opgenomen beleggingen dividendbetalend te zijn geweest in het laatst gepubliceerde boekjaar;
- De mogelijkheid bestaat om incidenteel optieposities in te nemen;
- Er worden geen shortposities aangegaan;
- Er worden geen aandelen in (ver)bruikleen gegeven;
- Het is toegestaan te beleggen in van aandelen afgeleide, door de onderneming geëmitteerde waardepapieren, zoals converteerbare obligaties, (niet) cumulatief preferente aandelen en/of warrants;
- Het is toegestaan leningen aan te gaan tot een maximum van 20% van het belegd vermogen;
- Het Add Value Fund mag een liquiditeit van maximaal 75% van het vermogen aanhouden.
Naast de kwantitatieve beperkingen wordt de performance van de aandelen continu geëvalueerd om te bepalen of de operationele en financiële ontwikkelingen nog steeds de verwachte wijzigingen in de koersniveau’s rechtvaardigen.
